Merk – IVAH
Nederland
Het merk IVAH is in de tweede helft van de 18e eeuw in Gorinchem in gebruik geweest. Tussen ca 1753 en 1820 werd het door Jan van Outheusden gebruikt en tussen 1799 en 1825 werd het daar door Lammert van Bommel gebruikt (ref *22).
Gorinchem
Jan van Outheusden werd op 13-8-1732 gedoopt als zoon van Huybert van Outheusden en Maria de Hoog. Hij trouwde op 2-9-1753 met Lena van Aken en uit dit huwelijk werden geboren:
Huybertje (8-9-1754), Roelofke (16-4-1758) en Jan (28-9-1759). Tussen 1774-1800 nam Jan 49x nieuw personeel aan, en hij was in de jaren 1780, 1786 en 1797 deken van het Gorinchemse pijpenmakersgilde. In 1820 lijkt zijn bedrijfje nauwelijks meer te kunnen overleven, Jan was de enige werknemer.
Zijn zoon Jan junior lijkt geen vermeldenswaardig eigen bedrijf gehad te hebben, hij werd in 1815 in het Diakonie-Armhuis opgenomen en overleed in 1824, hij werd toen wel ‘pijpmaker’ genoemd maar werkte blijkbaar voor iemand anders.
Lammert van Bommel gebruikte volgens een merkenregistratie uit 1819 het merk IVAH in combinatie met een afbeelding van het Wapen van Arkel, waarschijnlijk een voormalige persvorm van Van Outhheusden.

Ovale pijp met op de linkerzijde van de ketel een letter N met daarboven een kroon en de makers initialen IVAH.
Gevonden in de omgeving Gouda.
Gemaakt tussen circa 1760 en 1825 door Jan van Outheusden.
Overig – Voorstelling ‘Gekroonde N’
De gekroonde N was tussen ca 1700 en ca 1735 het persoonlijke merk van de pijpenmakers Gerrit en zijn zoon Jillis Nobel. Zij waren zo succesvol met hun vooral goedkope pijpen en maakten daarmee hun merk zeer populair, waardoor het al snel gekopieerd werd door andere, vooral Schoonhovense pijpenmakers, maar ook door pijpenmakers uit met bijvoorbeeld Gorinchem. In 1737 oordeelde de Schoonhovense magistraat dat een enkele gekroonde letter op de ketel geen officieel merk was, en dat het merk van iedere pijpenmaker zijn ‘naam in letters’ (=initialen) was. Vanaf dat moment zijn ook andere pijpenmakers de gekroonde N op grote schaal gaan gebruiken en zij plaatsten hun eigen initialen doorgaans boven de kroon op de ketel. Toen vanaf circa 1790 in Schoonhoven de pijpenmakerij nagenoeg ter ziele was, werden er in Gorinchem nog volop pijpen gemaakt en met name aan het einde van de 18e eeuw lijken veel gereedschappen (persvormen) van Schoonhovense pijpenmakers in Gorinchem terechtgekomen te zijn