De broers Jean Jacques Knoedgen en Jacques Knoedgen waren telgen uit een oude Westerwaldse pijpenmakers familie die in het begin van de 19e eeuw in Chokier was neergestreken en daar een pijpenmakerij had. In 1834 trouwde Marie-Anne Knoedgen met Henri Wingender en dat was de start van de firma Knoedgen-Wingender in Chokier. De broers Jean Jacques en Jacques vertokken in 1839 naar Luik om daar hun eigen pijpenmakerij op te richten. In 1846 verliet Jean Jacques Luik en vestigde zich eerst in Maastricht en in 1853 in het nabijgelegen Bree waar zijn vrouw vandaan kwam.
Door opvolging vanuit volgende huwelijken kwam de fabriek vervolgens na de eerste wereldoorlog in handen van een kleinzoon van de oprichter, Jan Hillen die zich vervolgens ook gaat bezighouden met fabricage van Asbestos en Bruyere pijpen.
In 1979 wordt de firma Hillen overgenomen door de Royal Dutch Pipe Factory (Koninklijke Pijpenfabriek Elbert Gubbels Roermond)
Veel van de in Bree gevonden pijpen vertonen gelijkenis met uit Nederland bekende modellen van Goedewaagen en zelfs van der Want, maar ook zijn heel duidelijk Franse en Duitse karakteristieken in vormgeving en modellering te zien. Niet zo vreemd gezien achtergrond en geografie.